Ellen Popeyus speelde van 1973 tot 1981 in het Nederlands elftal. Een speelster die onmogelijk met haar voeten van de bal kon blijven en met een geweldige vrije trap in de benen. Ook maakte zij als eerste een blad over vrouwenvoetbal.

Dit ben ik…

Ik ben Ellen Popeyus, alleenstaand zonder kinderen, lekker veel vrijheid dus. Ik werk als zelfstandig tekstschrijver/interviewer onder de naam Pentueel en houd mijn conditie op peil door wat hard te lopen en af en toe te pielen met de bal. Een afwijking die ik waarschijnlijk met veel voetbalsters deel is dat ik onmogelijk met mijn voeten van een bal af kan blijven als ik er eentje zie liggen.

Mijn positie was..

In mijn club Braakhuizen (Geldrop) heb ik vrijwel altijd op het middenveld gespeeld, in Oranje speelde ik centraal achterin.

Ik speelde voor Oranje…

Van 1973 tot 1981 onder de bondscoaches Bert Wouterse, Ruud de Groot, Ger Blok (heel kort) en Bert van Lingen. In totaal heb ik in die 8 jaar iets van 22 interlands gespeeld. We hadden destijds nauwelijks wedstrijden, er was weinig geld voor.

De beste speelster in mijn tijd was

Goh, waar hangt die spiegel nou? Haha, nee hoor, geintje, verre van. Voorin eerst José van Hoof en later Ria Vestjens. Op het middenveld Beppie Timmer en als keepster Hannie van de Bungela.

Voetbal voor vrouwen in mijn tijd..

..was kijken of er een vrouwenvoetbalteam te vormen was. In die tijd had nog lang niet elke club een vrouwenteam. Meisjesteams bestonden al helemaal niet en gemengd voetbal was er ook niet. Ik heb nooit een landelijke voetbalklasse gekend, alleen regionale competities. Via kwalificatiewedstrijden tegen clubs uit buurprovincies kon je je dan plaatsen voor het toernooi om de landstitel.

Vóór mijn voetbaltijd speelde ik op grasveldjes in Eindhoven, met jongens. Een meisje dat voetbalde was echt een bezienswaardigheid. Dat is in mijn jeugd altijd zo gebleven. Het werd overigens niet afgekeurd, men vond het vooral verrassend. In de buurt waar ik woonde leerde ik in al die jaren één ander meisje kennen dat graag voetbalde: Dorien de Haas. Samen met haar ben ik bij DOSL ‘op voetballen gegaan’.

Bij de KNVB waren er destijds enkele mensen die zich sterk maakten voor het vrouwenvoetbal, maar lang niet iedereen. Ik heb het ook altijd heel vreemd gevonden dat competitiewedstrijden gewoon doorgingen als er interlands waren. De clubs moesten maar voetballen zonder hun internationals.

Ik speelde bij deze clubs…

Ik heb twee jaar bij DOSL gespeeld en daarna bij Braakhuizen. Daar heb ik de gouden tijd nog meegemaakt, waarin we een paar keer landskampioen werden. De naam van de club was in die tijd eerder bekend van de vrouwenvoetballers dan van de mannen.

Mijn mooiste voetbalmoment is…

De momenten waarop we met Braakhuizen landskampioen werden, de ontlading na de spanning. De trips met Oranje met alle indrukken die daarbij hoorden. Meer ‘ingezoomd’ staan me nog enkele vrije trappen bij. Die mocht ik bij de club meestal nemen, omdat de bal me dan vaak vriendelijk gezind bleek door in het net te ploffen. In een zuidelijke kwalificatiewedstrijd waren meerdere vrije trappen raak. Verder herinner ik me een vrije trap waarbij ik van tevoren 100% zeker was dat ik zou scoren. Dat gebeurde ook, een heel maf gevoel was dat. En, tot slot, een vrije trap op zo’n 25 meter afstand van het doel, waarbij ik met buitenkant rechts, linksboven in de hoek scoorde. Voor hetzelfde geld had ik een eekhoorn uit de boom geschoten, maar deze was per ongeluk helemaal perfect.

Mijn moeilijkste voetbalmoment is…

Ik heb vooral mooie dingen meegemaakt, dus dat is een lastige vraag. Misschien het moment waarop ik na acht jaar niet meer voor Oranje werd geselecteerd. Ik vond het vooral teleurstellend dat dat met een tweeregelig briefje ging. Geen uitleg, niks, ineens was dat hoofdstuk afgesloten.

Voor mij betekende voetbal toen…

Heel veel. Ik weet nog dat we als 8-jarigen op de lagere school werden gevraagd wat we elke dag zouden doen als we zelf mochten kiezen. Iedereen zei, heel politiek correct: spelen én naar school. Ik was de enige die afweek: ‘de hele dag op het gras voetballen’. En dat nog wel uit de mond van een meisje! De hele lerarenkamer was één grote glimlach.

Al mijn vrije tijd ging op aan voetbal. Op straat, op grasveldjes, altijd met jongens. En als er dan een fietsende wetsdrager in zicht kwam om ons van het gras te sturen, stoven we alle kanten op en kwamen we tien minuten later terug om verder te gaan.

Bij de club trainden we maar tweemaal in de week een goed uurtje. Dat vond ik veel te weinig; het liefst trainde ik elke avond. Een bestaan als vrouwelijke profvoetballer was er toen nog niet, dus zoiets is nooit als mogelijkheid langsgekomen.

Mijn favoriete speelster op dit moment is…

Jackie Groenen. Een heel kiene speelster.

Ik zou de speelsters van nu vertellen…

Geniet van het voetballen, want die tijden komen later niet meer terug.

Dit ben ik na mijn carriere gaan doen…

Toen ik stopte was ik tekstschrijver bij een uitgeverij/redactiebureau dat bladen maakt in opdracht van allerlei organisaties. De eigenaar, Frans de Hoo, kwam op het idee om een blad over vrouwenvoetbal te maken. Dat heb ik samen met hem gedaan: Damesvoetbal. Er was niets op dat vlak. Maar het blad heeft helaas maar enkele jaren bestaan; we hadden voor de langere termijn te weinig abonnees.

Als ik de bondscoach was dan zou ik…

….. altijd, in elke teamsamenstelling, gericht zijn op aanvallend voetballen, omdat toeschouwers daarvoor naar de stadions komen

….. met (een aantal) speelsters investeren in hoe je een wedstrijd kunt kantelen als het niet goed loopt, zodat je ook in moeilijke omstandigheden het initiatief zoveel mogelijk behoudt

….. investeren in mentale weerbaarheid en onverstoorbaarheid van de speelsters onder alle omstandigheden.

Kortom, als ik bondscoach was, dan zou ik….. mijn plaatsje gauw weer afstaan aan Sarina!

Ik geef de pen door aan…

Ria Vestjens