In de rubriek ‘De eerste 11’ vertellen onze allereerste internationals ons meer over hun tijd in het Nederlands team. De belevenissen in en buiten het veld en de mooiste en moeilijkste momenten in hun carrière. Bep Timmer trapt af, zij speelde van 1974 tot 1988 in Oranje en werkte 5 jaar als assistent bondscoach.

Dit ben ik…

Mijn naam is Bep Timmer en ik ben geboren in Ermelo. Ik ben opgegroeid in een liefdevol gezin met twee voetballende zussen, één voetballende broer en één iets minder sportieve zus. Mijn ouders hadden een loonwerkbedrijf en waren daar dag en nacht mee bezig. Zij vonden het allemaal prima met die voetballende dochters en zoon. Een jaar of zes bezette ik met mijn zussen Jannie en Ria het middenveld van het ‘damesteam’ bij FC Horst uit Ermelo. Dat was heel uniek! En eerlijk is eerlijk, ik was wel de fanatiekste.

Ik groeide op met enkel buurjongens en voetbalde dagelijks van ‘s morgens tot ‘s avonds laat. In mijn bijgehouden dagboek lees ik hoeveel dat wel niet was, veel en veel meer dan die twee clubtrainingen per week. Ik was een buitenkind, sleutelde aan brommers, reed op tractoren en bouwde boomhutten of grotten. Nog steeds kijk ik met veel plezier terug op die periode. Vaak hoorde ik, “die Bep had een jongen moeten zijn”. Toch mocht ik zijn wie ik wilde. Ik was een gelukkig kind als ik kon voetballen.

Mijn positie was..

Middenvelder. Incidenteel speelde ik in Oranje in de spits.

Ik speelde voor Oranje…

Van 1974 tot 1988 speelde ik in totaal 45 interlands.

De beste speelster in mijn tijd was

De eerste fase van mijn interlandleven was dat Wil de Visser. Zij was sterk aan de bal, had een enorm hard schot, kon goed koppen (zeker ook voor haar lengte) en was een geboren leider.

Voetbal voor vrouwen in mijn tijd..

Voetbal voor meisjes en vrouwen was toegestaan vanaf veertien jaar. Tot ik die leeftijd bereikte heb ik alleen op straat en op school gevoetbald. Op mijn veertiende werd er bij FC Horst een ‘damesteam’ opgericht. Daarin speelden jong en oud door elkaar. Stond ik daar als broekie samen met vrouwen van dertig jaar. Ik realiseerde mij toen niet hoe gek dat eigenlijk was. Pas later heb ik ingezien hoe nadelig dat is geweest voor mijn voetbalontwikkeling. Alles wat je erbij kunt voorstellen qua omstandigheden was er: een slecht veld, slechte ballen, niet opgeleide trainers en de vrouwentak was niet opgenomen in de verenigingsstructuur. Het deerde mij natuurlijk niet. Ik kon voetballen en daar was ik toentertijd blij mee. Daar ontdekte ik ook dat ik best goed was.

In de buurt en op school speelde ik alleen met jongens, soms was ik beter en soms minder dan hen. Eenmaal in een competitie spelend bij FC Horst dribbelde ik veelal van achteruit naar voren en schoot daar de bal erin. Pas jaren later kwam er wat meer weerstand. Meer teams traden toe tot de competitie en er werd meer getraind. Ook bij FC Horst kwamen betere speelsters, zoals Sylvia van Genderen, die al een aantal jaren voor Oranje speelde.

Horst was een geweldige club. Toen ik op mijn zeventiende werd geselecteerd voor de Utrechtse selectie creëerde de vereniging extra trainingsmomenten. Ik trainde mee met heren 1 en de jongens A1 om beter te worden. Ook brachten de trainers en bestuurder mij naar alle regio’s in het land zodat ik kon deelnemen aan de selectie activiteiten.

Ik speelde bij deze clubs…

Ik heb gespeeld bij FC horst, daarna kwam Eendracht Arnhem en ik eindigde bij vv Vreeswijk Nieuwegein.

Mijn mooiste voetbalmoment is…

Het EK-kwalificatieduel tegen Zweden op 18 oktober 1986. We speelden een geweldige wedstrijd en wonnen ook met 2-0. Helaas kwamen we één doelpunt tekort voor EK kwalificatie.

Mijn moeilijkste voetbalmoment is…

Het einde van mijn voetbalcarrière. Na een topsportperiode van twaalf jaar onder Bert van Lingen, waarin het Nederlandse voetbal voor vrouwen zich ontwikkelde van geploeter tot professioneel voetbal, werd in 1987 Piet Buter aangesteld. Hij hield er duidelijk andere normen op na. Hier waren speelsters van het eerste uur het niet mee eens, die werden zonder pardon uit het team gezet. Na veertien jaar was het opeens afgelopen. Dit was één maand voor het eerste officieuze WK in China. Ik heb jaren nodig gehad dit te verwerken.

Voor mij betekende voetbal toen…

Alles…

Mijn favoriete speelster op dit moment is…

Jackie Groenen. Ik waardeer haar enorme werklust, het trainingsdier in haar, haar inzet voor het teambelang en haar sublieme techniek. Zij kan volgens mij de kortste kapbeweging met de bal maken, een perfecte pass geven én een teamgenoot vrij voor het doel zetten. Ze is hiermee van waarde bij balbezit maar ook bij balbezit van de tegenstander. Voor beiden heeft ze een goed oog. Echt een topper!

Ik zou de speelsters van nu vertellen…
  1. Haal alles eruit wat je er nu uit kunt halen qua ontwikkeling. Train op alles wat er te trainen valt. Specialiseer je in je taak en vaste spelmomenten. Onderscheid je door optimale discipline en focus. Train op mentale tegenslagen.
  2. Laat je begeleiden in je rechten en contracten. Kom op voor je rechten als het gaat om gelijkheid en een realistische beloning.
  3. Predik gemengd voetbal in Nederland. Jij hebt de top gehaald door gemengd te voetballen. Inspireer andere meiden om de door jullie gebaande paden te volgen.
Dit ben ik na mijn carriere gaan doen…

Tijdens mijn interland periode heb ik het CIOS gedaan en TC1 gehaald.

Trainerscarrière:

– 3 jaar Vrouwen 1 en 2 FC Horst
– 3 jaar Jeugdtrainer A1, B1 en C1 van vv Barneveld
– 8 jaar JPN trainer 3 jongens en 3 meisjes teams afdeling Gelderland
– 5 jaar KNVB jeugd coach O16 en O18
– 5 jaar Assistent nationaal vrouwenteam

Als ik de bondscoach was dan zou ik…

– Bij balbezit het positiespel beter uitgevoerd willen zien, dus harder inspelen. Bij de aanname vooruit denken en vooruit spelen als het kan. Naar mijn mening wordt er nu teveel in de breedte gespeeld.
– Werken aan technisch vaardigheden zoals wegspringende ballen. Speelsters hebben nog veel tijd nodig bij een balaanname. Ook kan de passing sneller en de bal harder gegeven worden.
– Bij balbezit van de tegenstander staat er nog geen vechtmachine die samenwerkt om zo snel mogelijk de bal weer te heroveren. Het hele team werkt nog niet optimaal samen waardoor er gaten vallen.
– Veel voorhoede spelers en middenvelders denken te aanvallend (zo zijn ze ingesteld). Dankzij een paar geweldige verdedigers die Nederland heeft, gaat het vaak goed. Er moet gewerkt worden aan een betere balans.
– Versterk de voetbalconditie gericht op de rol en taak van het team. Het team is hierdoor, met uitzondering van de verdedigers, nu licht en kwetsbaar.

Tot slot wil ik zeggen dat ik respect heb voor Sarina Wiegman, haar staf en de spelers. Het is het afgelopen jaar voetballend enorm verbeterd. Chapeau!

Ik geef de pen door aan…

Wil de Visser